Coniferen in pot houden is goed mogelijk, al werkt dat het beste met soorten die langzaam groeien. In theorie kun je elke conifeer in een pot zetten, maar snelgroeiende soorten worden snel te groot voor een bak en hebben zo veel water en voeding nodig dat het onderhoud zwaar wordt. Kies je voor een trage groeier, dan heb je jarenlang plezier van een mooie, altijdgroene plant op je terras, balkon of oprit.
Welke coniferen groeien goed in een pot?
De beste coniferen voor in pot zijn soorten met een compacte of langzame groei. Denk aan de Buxifolia-varianten van de taxus (Taxus baccata), de bolspar (Picea glauca ‘Conica’), dwergdennen zoals Pinus mugo ‘Mops’, en de Thuja occidentalis in bolvormen zoals ‘Danica’ of ‘Globosa’. Deze groeien per jaar maar een paar centimeter, zodat de pot lang meekan en je de plant niet elk jaar hoeft te verpotten.
Ook de Juniperus (jeneverbes) doet het goed in een pot, met name de compacte soorten zoals Juniperus squamata ‘Blue Star’. Die heeft mooie blauwgrijze naalden en blijft klein van formaat. Wil je iets opvallenders, dan is een opgeleide of gedraaide cipres (Cupressus sempervirens) een optie, al vraagt die wat meer bescherming in de winter.
Waar moet je op letten bij coniferen in pot?
De pot is minstens zo belangrijk als de plant zelf. Kies een grote, stevige bak van minstens 40 bij 40 centimeter, met ruime drainagegaten. Coniferen verdragen natte wortels slecht, dus goede afvoer van water is noodzakelijk. Leg onderin een laag hydrogranulaat of potscherven voor extra drainage.
Gebruik een voedingsrijke maar goed doorlatende potgrond, bij voorkeur een mix van gewone potgrond en grof zand of perliet. Speciale conifeersubstraat is ook verkrijgbaar en werkt goed. Zet de pot niet direct op een dichte ondergrond, maar gebruik potenvoeten zodat overtollig water vrij weg kan lopen.
Coniferen in een pot hebben minder buffercapaciteit dan planten in de volle grond. De grond droogt sneller uit en er is minder ruimte voor wortels. Controleer in de zomer regelmatig of de grond vochtig is, zeker bij warm en droog weer. Een vuistregel: steek je vinger vijf centimeter in de grond. Voelt het droog aan, dan is het tijd om water te geven.
Voeding en bemesting
Coniferen in pot zijn volledig afhankelijk van de voeding die jij geeft. Regen en omliggende grond leveren niets extra’s. Geef vanaf het voorjaar (april) tot halverwege de zomer (juli) om de vier tot zes weken een conifeermeststof. Stop daarna met bemesten zodat de plant zich kan voorbereiden op de winter. Te laat bemesten stimuleert nieuwe, zachte scheuten die bij vorst beschadigen.
Overwinteren: wat doen bij vorst?
De meeste coniferen zijn winterhard genoeg voor Nederland, maar in een pot zijn de wortels veel kwetsbaarder voor vorst dan in de volle grond. Pak de pot in strenge vorstperiodes in met vliesdoek of jutestof, of verplaats hem naar een koele maar vorstvrije ruimte zoals een onverwarmde garage. Zet de pot bij voorkeur niet op een betonnen of stenen ondergrond in de winter, want die trekt de koude naar de wortels toe. Een houten pallet of isolerend matje helpt al veel.
Blijf ook in de winter licht water geven. Coniferen verdampen het hele jaar door via hun naalden, en uitdroging in de winter is een van de meest voorkomende oorzaken van bruine, afgestorven planten.
Verpotten: wanneer en hoe?
Een conifeer in pot heeft elke twee tot drie jaar een grotere bak nodig, afhankelijk van de groei. Je merkt dat het tijd is als de wortels uit de drainagegaten groeien, of als de plant ondanks regelmatig water geven snel uitdroogt. Verpot bij voorkeur in het voorjaar, zodat de plant de zomer heeft om te wortelen in de nieuwe grond.
Bij verpotten snij je dode of vervilte wortels weg met een schone snoeischaar. Gebruik dan verse potgrond en verwijder zo veel mogelijk van de oude, uitgeputte grond. Druk de grond licht aan en geef direct flink water na het verpotten.
Een langzaam groeiende conifeer in een goede pot, met de juiste grond en voldoende water, geeft weinig problemen en houdt jarenlang zijn vorm. De meeste moeite zit in de regelmaat: water geven, een beetje bemesting in het groeiseizoen, en bescherming bij strenge vorst. Dat is behapbaar, ook voor wie niet dagelijks in de tuin bezig is.




