Een perenboom kan last krijgen van verschillende ziektes, van schimmelinfecties tot bacteriële aandoeningen en insectenplagen. De meest voorkomende perenboom ziektes zijn perenroest, schurft, perenpokziekte, vuurziekte en meeldauw. Elke ziekte heeft herkenbare symptomen en vraagt om een andere aanpak. Hieronder vind je een overzicht van wat je kunt tegenkomen, hoe je het herkent en wat je kunt doen.
Perenroest: oranje vlekken op blad en vruchten
Perenroest is een schimmelziekte veroorzaakt door Gymnosporangium sabinae. Je herkent het aan felgele of oranje vlekken op de bovenkant van de bladeren in het voorjaar en de zomer. Later verschijnen aan de onderkant kleine, uitstekende uitgroeiingen. Aangetaste bladeren vallen vroeg af, wat de boom verzwakt.
De schimmel heeft twee gastheren nodig: de perenboom én een juniperus (jeneverbes of kegeljuniper). Heb je zo’n conifer in de buurt staan? Dan is de kans op perenroest groter. De beste preventie is dus het vermijden van juniperssoorten in de directe omgeving van je perenboom. Is de boom al aangetast, verwijder dan de aangetaste bladeren en verbrand ze, gooi ze nooit op de composthoop.
Schurft bij de perenboom
Perenschurft (veroorzaakt door Venturia pirina) is een veel voorkomende schimmelziekte. Je ziet olijfgroene tot bruinzwarte vlekken op bladeren, jonge twijgen en vruchten. Op de vruchten ontstaan kurkachtige, gescheurde plekken waardoor ze oneetbaar worden. De schimmel overwintert in afgevallen blad en verspreidt zich via regendruppels in de lente.
Preventie is hier het sleutelwoord. Ruim in de herfst al het gevallen blad grondig op. Snoeien voor een goede luchtcirculatie helpt ook: een droog bladerdak geeft de schimmel minder kans. Kies bij aanplanting bij voorkeur schurftresistente perenrassen, zoals bepaalde moderne selecties die minder gevoelig zijn voor deze aandoening.
Perenpokziekte herkennen en aanpakken
Perenpokziekte is te herkennen aan kleine, lichtgroene gezwellen op bladeren en jonge vruchten die later bruin, rood of zwart verkleuren. Het blad krult op en valt vroegtijdig af. De aandoening wordt veroorzaakt door een roofmijt of galmijt (Eriophyes pyri). Jonge bomen zijn het kwetsbaarst; bij een zware aantasting kan de vruchtontwikkeling sterk tegenvallen.
Chemische bestrijding is moeilijk en niet altijd effectief. Verwijder aangetaste bladeren en takken zo snel mogelijk. In ernstige gevallen kun je in het vroege voorjaar, vlak voor het uitlopen, een middel op basis van zwavel inzetten. Vraag bij de tuincentrum of een erkend adviseur naar wat momenteel is toegestaan, want de regelgeving rondom gewasbeschermingsmiddelen verandert regelmatig.
Vuurziekte: de gevaarlijkste perenboom ziekte
Vuurziekte (Erwinia amylovora) is een bacteriële ziekte die perenbomen snel en ernstig kan beschadigen. Bloemen, jonge scheuten en takken sterven af en zien er verbrand uit, vandaar de naam. De bladeren worden bruin maar blijven hangen aan de tak. De ziekte verspreidt zich via insecten, regen en snoeiwerktuigen.
Vuurziekte is meldplichtig in Nederland en België. Vermoed je het? Neem dan contact op met de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) of de Federale Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) in België. Aangetaste takken moet je minstens 50 centimeter voorbij het zichtbaar aangetaste hout wegsnijden. Ontsmet het snoeigereedschap na elke snede met alcohol of bleekwater om verspreiding te voorkomen. Gooi het snoeiafval niet op de composthoop.
Meeldauw en andere schimmelaandoeningen
Echte meeldauw zie je als een wit, poederachtig laagje op jonge bladeren en scheuten. De bladeren krullen en groeien vervormd. Meeldauw treedt vaker op bij droge periodes na een vochtige lente, en bij een slechte luchtcirculatie door te dicht op elkaar staande takken. Regelmatig snoeien is de eenvoudigste manier om meeldauw te voorkomen.
Naast meeldauw kan de perenboom ook last hebben van monilia (vruchtenrot), waarbij rijpe en onrijpe peren bruine vlekken krijgen en wegrotten aan de boom. Dit gebeurt vooral bij wond-infecties, bijvoorbeeld na hagelschade of insectenschade. Verwijder aangetaste vruchten direct, ook die op de grond liggen.
Veelvoorkomende plagen die op ziektes lijken
Niet alles wat afwijkend uitziet aan een perenboom is een ziekte in de strikte zin. De perenbladluis veroorzaakt gekrulde en verkleurde bladeren die op een schimmelinfectie kunnen lijken. De perenbladvlo zorgt voor plakkerige dauw op bladeren en vruchten (honingdauw), waar vaak roetdauw (een zwarte schimmellaag) op groeit. Beide plagen verzwakken de boom en verlagen de oogst.
Bij een lichte aantasting van bladluizen helpt het al om de kolonies met een waterstraal van de plant te spuiten of ze met de hand te verwijderen. Bevorder ook natuurlijke vijanden: lieveheersbeestjes, gaasvliegen en sluipwespen eten bladluizen. Vermijd breed-spectrum insecticiden, want die doden ook de nuttige insecten.
Preventie: zo houd je je perenboom gezond
- Snoeien in de winter of vroege lente voor een open, luchtige kroon.
- Gevallen blad en aangetaste vruchten in de herfst grondig opruimen.
- Geen juniperssoorten vlak naast de perenboom planten (preventie perenroest).
- Snoeigereedschap ontsmetten, zeker bij vermoeden van vuurziekte.
- Bij aanplanting kiezen voor resistente rassen.
- De boom voeding geven zonder te overdrijven: een te stikstofrijke bodem stimuleert weelderige, gevoelige scheuten.
De meeste perenboom ziektes zijn goed te beheersen als je ze vroeg herkent. Controleer je boom daarom regelmatig, vooral in de lente en zomer wanneer de meeste infecties optreden. Twijfel je over een aandoening of verergert het snel? Raadpleeg een boomverzorger of de plantenziektekundige dienst voor een betrouwbare diagnose.




